Veel mensen denken bij insuline meteen aan diabetes, maar insulineresistentie komt veel vaker voor — ook bij mensen die (nog) geen diabetes hebben. Het is een teken dat je lichaam niet meer goed omgaat met glucose (suiker) uit je voeding, en dat de communicatie tussen cellen en hormonen verstoord is geraakt.
Wanneer je eet, stijgt je bloedsuiker. Je alvleesklier maakt insuline aan: het hormoon dat ervoor zorgt dat glucose vanuit je bloed de cellen in kan, waar het wordt gebruikt als energiebron.
Bij insulineresistentie reageren de insulinereceptoren op de celwand steeds slechter op dat signaal. De cellen nemen insuline niet goed op, waardoor glucose in de bloedbaan blijft circuleren in plaats van gebruikt te worden als energie.
Je lichaam probeert dat op te lossen door extra insuline aan te maken. Maar die hoge insulinespiegel heeft negatieve gevolgen: vetopslag neemt toe, vetverbranding vertraagt en je blijft sneller honger of trek in zoet houden.
Een belangrijke, maar vaak onderschatte oorzaak van insulineresistentie is laaggradige ontsteking — een stille, chronische vorm van ontsteking die het afweersysteem continu een beetje “aan” laat staan.
Deze ontstekingen ontstaan onder andere door stress, verkeerde voeding (zoals bewerkte oliën, suiker en transvetten), slaaptekort en tekorten aan essentiële voedingsstoffen.
De ontstekingsstofjes (cytokinen) die hierbij vrijkomen, kunnen de insulinereceptoren beschadigen of blokkeren, waardoor cellen minder goed op insuline reageren. Het lichaam reageert met nóg meer insulineproductie, wat de ontstekingsreactie weer versterkt — een vicieuze cirkel die moeilijk te doorbreken is zonder de oorzaak aan te pakken.
Insulineresistentie heeft een grote impact op de rest van je hormoonhuishouding. Een te hoge insulinespiegel beïnvloedt onder meer:
Cortisol (stresshormoon): insuline en cortisol versterken elkaars werking, wat zorgt voor meer vetopslag en onrust in het lichaam.
Oestrogeen en progesteron: een verstoorde insulinebalans kan leiden tot oestrogeendominantie en menstruatieklachten.
Testosteron: bij vrouwen kan insulineresistentie zorgen voor verhoogde testosteronwaarden (zoals bij PCOS), bij mannen juist voor een daling.
Schildklierhormonen: een langdurig verstoorde bloedsuikerspiegel kan de schildklier trager maken, waardoor je stofwisseling vertraagt.
Het gevolg: vermoeidheid, stemmingswisselingen, gewichtstoename, een opgeblazen gevoel of moeite om vet kwijt te raken — zelfs als je “gezond” eet.
Het goede nieuws: insulineresistentie is omkeerbaar. Door je voeding te verschuiven naar onbewerkte producten, gezonde vetten, voldoende eiwitten en minder snelle koolhydraten, kun je je cellen weer gevoeliger maken voor insuline.
Daarnaast helpen stressreductie, beweging en slaap om ontstekingen te verminderen en je hormonen weer in balans te brengen.
In mijn praktijk i-rise begeleid ik je graag stap voor stap bij het herstellen van deze balans. Via één van mijn programma’s, help ik je op een toegankelijke manier naar een gezondere stofwisseling en een lichaam dat weer goed luistert naar zijn eigen signalen.
Zo kun je niet alleen je energie terugkrijgen, maar ook weer écht genieten van eten én leven.
Veel vrouwen denken dat klachten zoals PMS, moodswings, gevoelige borsten, acne of pijnlijke menstruaties “er…